This article was part of FORUM+ vol. 22 no. 3

This article is only available in Dutch.

Editorial

Editorial

Nele Wynants
Universiteit Antwerpen, Université libre de Bruxelles

Het devies Publish or perish! verwoordt – niet zonder kritische bijklank – hoe het gesteld is met de druk binnen de academische wereld om veelvuldig en in de ‘juiste’ tijdschriften te publiceren. Ook in het debat over de academisering van het hoger kunstonderwijs ligt een sterke nadruk op resultaatgericht onderzoek. Hoe die output van artistiek onderzoek eruit moet zien, is gelukkig blijvend onderwerp van discussie. Positief geformuleerd opent dit debat tal van mogelijkheden om de manier te herdenken waarop onderzoeksresultaten gevaloriseerd kunnen worden. Wetenschap hoeft niet alleen te resulteren in artikelen die enkel door collega’s uit de eigen discipline gelezen worden. Resultaten van een (onder)zoektocht kunnen ook een vertaling krijgen in een tentoonstelling, een muzikale of theatrale opvoering, een editie, een catalogus, een film of documentaire, een interview of een publieke demonstratie, enzoverder.

Kunst als een vorm van kennisproductie is op zich geen nieuw fenomeen. Het lijkt er alleen op dat we die traditie vergeten zijn. Leonardo da Vinci was ongetwijfeld een uitzonderlijk talent, maar hij was lang niet de enige in zijn tijd die in de geest van het humanisme artistieke kunde en wetenschappelijk kennis met elkaar in verband bracht. Dat schilders een driedimensionale illusie kunnen scheppen op basis van wiskundige kennis is bekend. Hun interesse voor de wetenschap van de optica beperkte zich evenwel niet tot de geometrie van lineair perspectief. Met hun kennis over de effecten van licht op verschillende texturen droegen schilders omgekeerd ook bij tot nieuwe wetenschappelijke inzichten omtrent de werking van het oog. Daarnaast interesseerde de renaissancekunstenaar zich voor allerhande disciplines: de anatomie van het menselijk lichaam, de archeologische studie van de oudheid, maar ook scheikunde en astronomie.

Het theater was dan weer de plek bij uitstek voor de popularisering van wetenschappelijke kennis. Zo lokten de anatomische theaters aan de vroegmoderne universiteiten een breed nieuwsgierig publiek. Maar ook kermissen, wereldtentoonstellingen en musea waren in de achttiende en negentiende eeuw populaire trekpleisters waar rondtrekkende acteurs spectaculaire demonstraties gaven van de nieuwste technologieën (magische lantaarns en andere optische instrumenten). Ze verbluften hun publiek met vertoningen die het midden hielden tussen betoverende spektakels en wetenschappelijke demonstraties. Pas in de tweede helft van de negentiende eeuw ontstond met de institutionalisering van kunst en wetenschap langzaam maar zeker een tweedeling die tot vandaag het debat omtrent onderzoek in de kunsten kleurt. Sindsdien lijken kunst en wetenschap twee gescheiden territoria.

FORUM+ wil de dialoog tussen kunst en wetenschap opnieuw aanzwengelen, in de geest van deze historische voorgangers, en verwelkomt zowel gangbare als alternatieve vormen van wetenschapscommunicatie. Ook dit nieuwe nummer biedt hiervan een staalkaart. We publiceren voor het eerst een visueel essay, en wel van de hand van Nicolas Baeyens. De kunstenaar biedt daarin een reflectie op de relatie tussen de artistieke canon uit de kunstgeschiedenis en esthetica. Onderzoekers van Visual Poetics peilden in een interview met Jan Peter Gerrits, Lucas Vandervost en Rosa Vandervost naar het belang van charisma in de opleiding Drama aan het Koninklijk Conservatorium Antwerpen. In een kadertekst zetten ze enkele conceptuele begrippen op scherp en situeren charisma op de grens van mystiek en techniek. Evgenia Brendes en Lauranne Paulissen, oud-studenten van diezelfde opleiding, doen verslag van hun artistiek onderzoek naar de relevantie van Ibsen, een zoektocht die in een theatervoorstelling resulteerde. Het artikel van Jeroen Billiet focust op de artistieke verwezenlijkingen van hoornvirtuoos Alphonse Stenebruggen. In een interview blikken Pascal Gielen, Nico Dockx en Karina Beumer terug op de summer school MOBILE AUTONOMY, waarin de artistieke autonomie van de kunstenaar centraal stond. Staf Vos, Karel Pletinck en Edith Cassiers tekenden voor enkele boekrecensies over drama en dans en Jan Dewilde haalt in zijn vaste rubriek ‘Ex Libris’ opnieuw een vergeten schat uit de bibliotheek van het Conservatorium van onder het stof, meer bepaald een bijzondere partituur van Franz Liszts Missa solemnis.

Ik wens de lezer veel plezier, verwondering en nieuwe inzichten.

Nele Wynants

Université Libre de Bruxelles & UAntwerpen, redactrice FORUM+

nele.wynants@uantwerpen.be